Co-makership staat met stip op 1 als we werkplekleren willen verbeteren Fontys Educational Designers FED

Co-makership staat met stip op 1 als we werkplekleren willen verbeteren

Op dinsdagmiddag 3 oktober heb ik een webinar gevolgd waarin de eerder dit jaar verschenen reviewstudie: “Pedagogisch-didactische vormgeving van werkplekleren in het initieel beroepsonderwijs: een internationale reviewstudie” werd besproken. Een NRO-publicatie geschreven door Loek Nieuwenhuis, Aimée Hoeve, Derk-Jan Nijman en Haske van Vlokhoven, allemaal verbonden aan het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de HAN.

In deze blog neem ik je graag mee in wat we hier wat mij betreft uit kunnen meenemen voor de inbedding van werkplekleren in ons onderwijs.

Hoewel de nadruk van zowel publicatie als webinar lag op sec werkplekleren, was ook hier de hartenkreet: “Ga voorbij aan de dichotomie van school- en werkplekleren en kijk naar alle verschillende vormen die zich bevinden op het grensgebied van school en werk!” Voorbeelden die werden genoemd waren mini-ondernemingen, regioleren en leerafdelingen. Dat is precies waar wij mee bezig zijn binnen het onderzoeksproject Social Labs van Fontys.

Onderzoek naar Social Labs

In dit in september gestarte project zijn we op dit moment druk bezig met het in kaart brengen van dit soort hybride leeromgevingen op het grensgebied van school en werk binnen Fontys. We missen namelijk momenteel nog een overzicht waarop te zien is wat collega’s van Fontys op dit moment op dit gebied allemaal ondernemen. Door oproepen, mailings en via collega’s her en der proberen we beter zicht te krijgen op wat nou precies waar speelt binnen onze hogescholen. Welke rijkdom aan wat wij hier ‘social lab’ initiatieven noemen, hebben we nu eigenlijk in huis?

Na een eerste globale inventarisatieronde afgelopen maand, zijn we eraan toe om wat verder in de initiatieven te duiken. Daarvoor organiseren we op 12 oktober o.a. een sessie waarvoor de collega’s zijn uitgenodigd die hebben gereageerd op onze oproep: “Ben jij iemand of ken jij iemand met een social lab, laat dan van je horen.”  Deelname in deze eerste fase van het onderzoek betekent vooral meehelpen met het duiden van eigen initiatieven, zodat we rond de Kerst goed weten wat nu kenmerkende en dus ook unieke elementen zijn van alle verschillende Social Labs binnen Fontys. Domein- en instituutsoverstijgend. En dat maken we natuurlijk deelbaar!

In de daarop volgende fase, dus in 2018, gaan we met stakeholders van een aantal van deze labs hun eigen praktijk nog verder onderzoeken. Waar zitten de successen? En waar wringt het? Het idee is dat we na analyse die successen verder uitbouwen en delen. We gaan dus ontwerpen, prototypen en testen. Dat doen we niet alleen voor de mooie kanten die we willen laten groeien. We gaan ook actief op zoek naar oplossingen voor waar het wringt. We geloven dat de kennis en ervaringen die dat oplevert waardevol zijn voor andere Social Labs binnen Fontys, zowel huidige als toekomstige.

Ons streven met het onderzoek

Met dit onderzoeksproject streven we er dus naar bij te dragen aan ontwerp, implementatie en borging van hybride leeromgevingen in ons Fontys onderwijs.  Dat doen we door naar buiten én naar binnen te kijken, door de literatuur in te duiken én de praktijk. Altijd vanuit een grote nadruk op de praktijkbehoefte, dus vanuit de vraag: Wat levert dit onderzoek nu op waar Social Labs –huidige en toekomstige- ook iets aan zouden kunnen hebben?

Dat gezegd hebbende, weer even terug naar de publicatie en webinar over werkplekleren. De vraag werd gesteld: Wat zijn de effectieve elementen van werkplekleren om jongeren goed voor te bereiden op een beroep, danwel toe te leiden naar een beroep? “Co-makerschap” stond heel hoog op het lijstje. Een daar heb je gelijk iets lastigs te pakken. Want, daar heb je beide werelden voor nodig: school én werk. Het is dus niet alleen onder onze hoede en binnen ons controlegebied. Dat vergt loslaten, vertrouwen en ook een stevige dialoog met partners uit de regio. Tip 2 uit de NRO-publicatie: ontwikkel gezamenlijke taal. Het helpt als we elkaar dan verstaan. Bakker en Akkerman (2016) noemen dat ‘perspective making’ en ‘perspective taking’, beide vormen van reflectie. Meer daarover is te lezen in: “Tussen opleiding en beroepspraktijk: Het potentieel van boundary crossing”, een vorig jaar verschenen laagdrempelig boek dat precies gaat over wat wij met het project Social Labs hopen uit te bouwen: het potentieel van grensoverstijgend samenwerken.

Naast 1) ‘co-makerschap’, en 2) ‘gezamenlijke taal’ is 3) ‘gedegen voorbereiding’ een advies van de onderzoekers. Studenten hebben nog niet altijd door hoe dat wat zij leren op school hen precies voorbereidt op wat volgt in bijvoorbeeld een stage. Een goede binnenschoolse voorbereiding is dus absoluut van belang voor het slagen van werkplekleren. De auteurs zien hierin een rol weggelegd voor hybride leeromgevingen, zoals blijkt uit hun vierde ontwerpregel:

“Ontwerpregel 4: hybride leerwerkplekken […] kunnen een goede tussenoplossing betekenen in de interactie tussen opleiding en werk. Zij bieden experimenteer- en leerruimte die in de echte praktijk soms ontbreekt” (p. 37).

Willen we werkplekleren dus laten slagen, dan betekent dit aldus de auteurs van deze NRO-reviewstudie dat:

  • We echt samen moeten bouwen met onze werkveldpartners: ‘co-makership’ staat op 1;
  • We voortdurend in dialoog moeten blijven en op zoek moeten gaan naar gezamenlijke taal als we elkaar even niet verstaan;
  • We werkplekleren samen moeten voorbereiden (een stevige knipoog naar co-makership);
  • We hybride leerwerkplekken kunnen benutten als experimenteer-en leerruimte.

Wat zijn volgens jou binnen Fontys mooie voorbeelden van co-makership? Deel je ze?

Maria Custers

Ps. Benieuwd geworden naar de hele lijst met (in totaal 11) tips? Klik hier voor de hele publicatie.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *