Eruit wat erin zit - Suzanne Koudijzer

Hoe halen we eruit wat erin zit?

Ik wilde deze blog eerst een andere titel geven, ik dacht aan: hoe laten we studenten excelleren? Maar eigenlijk wil ik mij niet alleen richten op studenten, ik wil ook graag docenten laten excelleren. Voor mij is dat een voorwaarde voor het excelleren van studenten. Practice what you preach and teach. Onder excelleren versta ik dan dat iedereen doet waar hij/zij (van nature) goed in is en waarbij een ieder zich goed voelt als professional en als mens. Dat iedereen een andere, maar wel gelijkwaardige rol heeft binnen een team/groep en daarmee zelfs binnen de samenleving. Waarbij iedereen op unieke wijze van toegevoegde waarde is. En volgens mij kan deze excellentie van docenten en studenten bereikt worden met de volgende twee bewegingen binnen het onderwijs: design thinking en talentontwikkeling.

Door mij meer en meer te verdiepen in deze twee thema’s binnen de onderwijsvernieuwingen kwam ik tot de conclusie dat er geen aparte honoursprograms of excellentietrajecten (meer) nodig zijn om tot excelleren te komen. In deze blog wil ik uitleggen waarom ik denk dat aparte excellentietrajecten niet nodig zijn.

Onderwijsvernieuwingen en de vraag vanuit het werkveld

De samenleving en het (pedagogisch) werkveld zijn aan snelle veranderingen onderhevig. Digitalisering, polarisering en de transitie en transformatie van de jeugdzorg zijn daar enkele voorbeelden van. Dit vraagt ook om vernieuwingen binnen het onderwijs. Het onderwijs moet tenslotte mee met deze veranderingen en dient hun leerlingen/studenten voor te bereiden op die samenleving en dat (toekomstige) werkveld. Er is dus een behoefte aan meer vernieuwende vormen van onderwijs die recht doen aan maatschappelijke veranderingen (Dochy, 2015) en die onze studenten meer voorbereiden op een leven lang leren door het gebruik van zelfregulerende vaardigheden (Kan et al, 2014). De huidige samenleving en het (pedagogisch) werkveld vragen om flexibele, creatieve, out-of-the-box-denkende, zelfbewuste, kritische, reflectieve professionals. Dit vraagt om een aanvulling op het huidige aanbod van kennis, vaardigheden en houdingen. We kunnen niet van studenten verwachten dat zij deze elementen vanzelfsprekend eigen maken. Hier moeten we hen bij ondersteunen en begeleiden. We dienen daardoor meer flexibel, gepersonaliseerd, actief onderwijs te maken. Dit kunnen we de toekomstige professionals alleen bieden als we als hogeschool vanuit een constructivistisch onderwijsvisie werken; wanneer we onderwijs zien als iets dat verder gaat dan alleen het verwerken van informatie. Dit vraagt tevens om sterke ontwikkelvaardigheden van docenten. Op die manier kan een hogeschool de vrijheid om de eigen koers te varen en zich inhoudelijk te profileren invullen. Als docenten in de rol van onderwijsontwerper duiken, ervaren zij een hoge mate van eigenaarschap en willen ze het onderwijs continu blijven ontwikkelen (Schnabel et al, 2015). Iets wat nodig is aangezien de veranderingen zich in rap tempo voordoen. Continue aanpassing van het curriculum en inspelen op de actualiteiten is een must.

Zowel de onderwijsvernieuwingen als de veranderingen in het (pedagogisch) werkveld vragen dus om een aanvulling op de momenteel aangeboden kennis, vaardigheden en houdingen binnen het onderwijs. Dit begint bij het kijken naar het aangeboden curriculum en de manier waarop we dit met elkaar ontwerpen (en uitvoeren). Binnen de meer traditionele manier van onderwijs ontwerpen en uitvoeren is het moeilijker om de gevraagde vaardigheden en houdingen te integreren in het onderwijs en (flexibel) aan te passen aan een gepersonaliseerde leervraag. Dit vraagt namelijk om een meer individuele benadering en veel ruimte voor zowel docenten als studenten om hiermee aan de slag te gaan. Als je als instelling graag wil personaliseren, dien je flexibel te zijn. Het huidige onderwijs heeft daar minder ruimte voor, omdat er uiteindelijk toch eenzelfde meetlat naast verschillende studenten wordt gelegd. Wat betreft content lijkt mij zo’n meetlat ook helemaal niet verkeerd. We leveren tenslotte studenten af aan een werkveld en in het geval van de pedagogiek een werkveld met kwetsbare doelgroepen. Een basisniveau van kennis, vaardigheden en houdingen dienen wij als opleiding zeker te waarborgen en vormt het kader van ons onderwijs. We willen echter graag dat studenten de kennis, vaardigheden en houdingen die ze aanleren internaliseren en eigen maken en niet alleen reproduceren. We willen graag dat ze laten zien (in de praktijk) dat ze die kennis kunnen toepassen en delen met anderen. Dit vraagt onderwijs wat gericht is op ervaren en beleven. De weg naar het eindresultaat toe dient vrijer te zijn en de student meer individuele ruimte te bieden.

Design thinking

Design thinking is een procesmatige manier om onderwijs te ontwerpen. Bij design thinking worden verschillende kenniscomponenten geïntegreerd. Er wordt ontworpen met verschillende stakeholders die vanuit verschillende perspectieven naar het onderwijs kijken. Design thinking brengt balans in de verschillende perspectieven van de stakeholders in onderwijsontwerpsessies door de gestructureerde werkwijze. Dit zorgt ervoor dat ieders aandeel, rol en perspectief van waarde is en niet één stroming de voorkeur krijgt en alleen op deze manier kan een echte innovatie ontstaan. Bij FED werken we daarom met groepen die bestaan uit docenten, studenten (kunnen ook alumni zijn) en mensen uit het werkveld. Problemen en uitdagingen worden anders en vanuit meerdere kanten ontleed. Dit levert een hoger abstractieniveau op tijdens het ontwerpen. Het is een innovatieproces gericht op observaties, samenwerken, snel leren, visualiseren van ideeen en die ideeen omzetten in concrete prototypen die getest kunnen worden in de praktijk. Bij design thinking gaan analytisch meesterschap én intuïtieve originaliteit hand in hand. (Klik hier voor een meer concrete beschrijving van de stappen van design thinking).

Design thinking kan gezien worden als een aanvulling op de meer traditionele benadering van onderwijsontwerp (Klik hier voor het artikel ‘ontwerpperspectieven in relatie tot design thinking). Een áánvulling inderdaad, want de meer traditionele wijze, waarbij content, resultaten en overdracht door docenten centraal staat, is niet per definitie verkeerd of ouderwets.

Talent

Het begrip ‘talent’ is een veelgehoorde term deze dagen. Steeds meer opleidingen spreken over ‘talentgericht onderwijs’, ‘maatwerk’ en ‘individuele ontwikkelingspaden’. Maar wat wordt hier eigenlijk mee bedoeld? En gebruiken opleidingen wel de juiste term voor de bedoelde inhoud? (Klik hier voor een meer kritische reflectie door Jochem Goedhals).

Bij FED zien we talent als een aangeboren gift. Iets wat iedereen heeft en wat je eigenlijk niet hoeft of kunt leren. Het is er gewoon, van nature. Het is ook contextonafhankelijk, je kunt dus altijd je talent kwijt in je leven en/of in je werk. Je hoeft niet van baan of opleiding te wisselen als je op talentontdekkingstocht gaat. En je talent is niet alleen iets voor jezelf, maar heeft pas echt waarde als anderen er iets aan hebben. Je deelt je talent dus, anderen profiteren daarvan. En vice versa. Dit geldt voor iedereen: docenten en studenten. Om talentontwikkeld te kunnen coachen als docent dien je je bewust te zijn van je eigen talenten en draken; datgene wat jouw talent kan bemoeilijken om tot uiting te komen, het zijn aangeleerde patronen om je talent te beschermen tegen teleurstelling en afwijzing.

Waar kunnen we naar toe?

Mijn gedroomde voorstel is dat er meer onderwijs ontworpen gaat worden via design thinking. Dit levert op dat het curriculum makkelijker mee kan met de veranderingen in bijvoorbeeld het werkveld, het maakt dat het curriculum door meerdere stakeholders is ontwikkeld en dus wordt gedragen, wat een groter draagvlak creëert. Ditzelfde draagvlak levert ook op dat mensen zich eigenaar voelen van het onderwijs en daarom ook hun verantwoordelijkheid nemen en blijven nemen. Het onderwijs wordt meer van ons allemaal. Ook duurt het ontwerpproces minder lang en maken we samen meer gebruik van alle benodigde kennis die al aanwezig is binnen de organisatie en creëren we tegelijkertijd nieuwe kennis. Design thinking is een manier van experimenteren, van doen en uitproberen. Andere methodes dringen daar minder op aan, waardoor je als ontwikkelaar heel veel tijd neemt om over zaken na te denken, de inhoud centraal te zetten, te structuren en invullen, er nog eens over na te denken en dingen te veranderen, feedback te verwerken enzovoorts. Dit zorgt voor een lang en veelal ook onbevredigend proces, omdat het nooit af of goed is. Design thinking erkent dit: ontwerpen en ontwikkelen is een cyclisch en iteratief proces. De enige manier om er achter te komen of iets werkt, is door het te doen.

Daarnaast droom ik van een talentgerichte benadering binnen het onderwijs. Ik zou ook willen dat alle docenten hun eigen talenttraject volgen, zodat iedereen vervolgens ook talentcoach kan worden voor onze studenten. Vervolgens kunnen docenten dan zowel vanuit hun inhoudelijke expertise als vanuit hun talent studenten coachen, zodat deze weer hun eigen expertise en talent ontdekken en uitbreiden.

Dit levert zelfbewuste, kritische, reflectieve en inhoudelijk sterke professionals op: studenten én docenten. En volgens mij leiden we als hogeschool daartoe op. En we leiden iederéén daartoe op en niet alleen de hoogvliegers of de harde werkers. Want als je talent benadert zoals FED dat doet en onderwijs ontwerpt volgens de design thinking methode, is vanuit dat perspectief iedereen een hoogvlieger, harde werker en excellente studente of docent. En daarnaast een gelukkiger mens.

Mijns inziens zijn er dan dus geen aparte honoursprograms of excellentietrajecten meer nodig. Het hele onderwijs, voor alle studenten, is eervol en excellent.

 

Literatuurlijst

Dochy, F. (2015). High Impact Learning anno 2022: model voor de toekomst over aanpak en sturing. Verkregen op 24 mei 2017 via: http://www.kwaliteitvanonderwijs.nl/wp-content/uploads/2015/04/Essay-Filip-Dochy.pdf

Kan, R., Dittrich, K., Fischer, E., Bouwers, E., Kesteren, N.J., Rupp, P. & Wintels, A. (2014). Adviesrapport: Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen. OCW.

Schnabel, P., Eijk, R. van, Verweij, J., Vissers, M., Douma, T., Dam, G. ten, Touw, A. van der & Tabarki, F. (2015). Hoofdlijn advies: Een voorstel – Ons Onderwijs2032. Verkregen op 24 mei 2017 via: http://onsonderwijs2032.nl/wp-content/uploads/2015/09/Hoofdlijn-advies-Een-voorstel-Onderwijs2032.pdf

 

1 thought on “Hoe halen we eruit wat erin zit?

  1. Dit resoneert helemaal wat ik in mijn onderwijs wil behalen. Docenten en studenten laten werken vanuit de talenten op een gelijkwaardige basis, praktijk gericht door het betrekken van organisaties die ‘uitdagingen’ aanleveren voor de professionals in de dop. Binnen de FH ICT zijn ‘open innovation’ en de Minor Data Driven Business Lab zich al helemaal naar deze visie aan het vormen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *