Leeruitkomsten alleen zijn (nog) niet genoeg!

De beschrijving van leeruitkomsten heeft als doel dat er verschillende leerwegen mogelijk zijn per student, terwijl tegelijkertijd gewaarborgd wordt dat studenten voldoen aan hetzelfde minimale vereiste niveau dat je als onderwijsorganisatie wilt borgen. Tevens zijn leeruitkomsten een een erkenning dat:

  • meerdere wegen naar Rome leiden;
  • mensen op verschillende manieren leren;
  • er buiten school ook leerervaringen/belevingen worden opgedaan;
  • er leerervaringen worden opgedaan die onzichtbaar blijven;
  • de leermethoden die de opleiding aanreikt niet de enige juiste hoeft te zijn.

Niveau
Een opvallend gegeven is dat leeruitkomsten verschillende niveaus kunnen afdekken. Denk bij een volwaardige bacheloropleiding aan het propedeuse, hoofd en afstudeerniveau. Deze niveaus dien je als hbo organisatie minimaal te borgen. Het borgen van het minimale niveau staat in relatie tot de opgestelde leeruitkomsten. Een student kan met een ‘deliverable’ aantonen dat hij het vereiste niveau per leeruitkomst bezit.

Deliverable
Wanneer er gebruik wordt gemaakt van leeruitkomsten kies je er automatisch voor dat er op een holistische manier wordt beschreven welke minimale leerontwikkeling je wilt borgen. Hierboven heb je al kunnen lezen dat de keuze voor leeruitkomsten ook betekent dat er meerdere wegen naar Rome (metafoor voor de leeruitkomst) leiden en mensen op verschillende manieren leren en er ook buiten de formele momenten leerervaringen plaatsvinden die in relatie staan met een leeruitkomst.
Kortom een ‘deliverable’ is een gepersonaliseerde samenstelling van bewijslasten. Daarbij heb je als onderwijsaanbieder twee keuzes: iedereen levert dezelfde vorm (met richtlijnen) qua ‘deliverable’ op waarbij de inhoud enigszins kan verschillen. Of je laat de vorm qua ‘deliverable’ totaal vrij en geeft duidelijke criteria hoe de ‘deliverable’ wordt beoordeeld.

Leerwegonafhankelijk
Een formeel onderwijsprogramma dat is gebaseerd op leeruitkomsten bevat leeractiviteiten die zo goed mogelijk recht doen aan het ontwikkelen van een ‘deliverable’. Wanneer men leerwegonafhankelijk wil kunnen beoordelen of iemand bekwaam is op het niveau van de leeruitkomsten komt er een optie bij. Hierbij kies je ervoor dat studenten ook zonder het geheel volmaken of überhaupt volgen van het onderwijsprogramma een ‘deliverable’ kunnen aanleveren waarmee zij hun bekwaamheid willen aantonen op de leeruitkomsten.

Criteria
Het is moeilijk om deze criteria heel simpel te houden. Maar uiteindelijk is deze simpelheid wel de sleutel tot het mogelijk maken van iets ogenschijnlijks complex. Wanneer de leeruitkomsten op een hoog holistisch (impliciet) vlak zijn beschreven dan kunnen de criteria meer (vak/beroeps) inhoudelijke richting geven. Waarbij mijn waarschuwing vooral is om er geen vakinhoudelijk afvinklijstje van te maken. Maar wat dan wel?

Vakjargon
Ik merk de laatste tijd vaker dat er een veelvoud is aan woorden die rondom toetsen en beoordelen worden gebruikt. Ook merk ik dat deze woorden verschillend worden geïnterpreteerd en op andere wijzen worden toegepast. Denk hierbij aan rubrics, toetsmatrijzen, lage orde-hoge orde bepalen m.b.v. taxonomieën en beoordelingsinstrumenten. Waarbij ik direct wil duiden dat ik absoluut niet claim het wel te weten of zeg dat er 1 waarheid is. Door het simpel te houden kwam ik op de volgende vragen die volgens mij belangrijk zijn om te beantwoorden gedurende het beoordelingsproces.

  1. Hoe stel ik vast of iemand bekwaam is op een leeruitkomst?
  2. Hoe zorg ik ervoor dat een onafhankelijke beoordelaar +/- tot een zelfde beoordeling komt?
  3. Hoe zorg ik ervoor dat een student zichzelf focust op het leerproces en niet op de beoordeling?

Mijn antwoorden op de vragen volgen hieronder.

  1. Een leeruitkomst die goed (holistisch) geformuleerd is zou ook bekeken moeten worden vanuit een rubric die holistisch is. Deze rubric bevat het liefst 2 a 3 niveaus die expliciet en vakoverstijgend zijn gemaakt waardoor je als beoordelaar een overall beoordeling geeft in relatie tot een leeruitkomst. Eenzelfde interpretatie van deze rubric ten opzichte van een leeruitkomst en een zelfgekozen ‘deliverable’ is een lastig.
  2. Wanneer er een meer analytische rubric wordt gebruikt dan beoordeel je ieder criterium apart en volgt er een optelsom. Hierbij is de kans op eenzelfde beoordeling door verschillende mensen groot. Deze aanpak wordt vaak gekozen bij vakinhoudelijke beoordelingen en waarbij de vorm van een ‘deliverable’ vast staat.
  3. Wellicht is de combinatie van bovenstaande antwoorden een goede mogelijkheid. Wanneer een student weet aan welk niveau hij moet voldoen in relatie tot wat in de rubric staat heeft hij enig houvast. Vervolgens staat er in de rubric geen optelsom aan concrete (vak)inhoudelijke criteria waardoor de student niet direct kan gaan vinken en daardoor precies doet wat er gevraagd wordt.

Tevens bestaan er nog een veelvoud aan beoordelingsvormen die gekozen kunnen worden. De keuze hiervoor is sterk afhankelijk van wat er beoordeeld moet worden. Denk alleen al aan het verschil tussen het beoordelen van parate en diepere kennis, vaardigheden en een professionele houding.

Kortom de keuze voor het werken met leeruitkomsten is veel meer dan het omschrijven van de oude leerdoelen. Persoonlijk vind ik Marzano’s taxonomy een erg praktisch hulpmiddel in het formuleren van zowel de leeruitkomsten als de criteria op een holistische manier gecombineerd met werkwoorden en een duidelijk onderscheid tussen bekwaamheidsniveaus. Ik ben erg benieuwd of je als lezer iets aan mijn blog hebt in jouw onderwijspraktijk, en of je aanvullingen hebt op mijn in deze blog geëxpliciteerde gedachtes rondom leeruitkomsten?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *