Onderwijsvormvernieuwing in het curriculum middels Design Thinking

Design thinking
Het onderwijs dat docenten ontwerpen is altijd bedoeld voor een gebruiker, in dit geval de student. Het centraal stellen van de mens is ‘het basisprincipe’ van de ontwerpmethode design thinking. Het doel is om gebruikers (studenten), ontwerpers (docenten) en het bedrijfsleven te betrekken bij een integratief proces dat kan bijdragen aan een goed onderwijsontwerp. Het design thinking proces draait om creatief en intuïtief denken (Lockwood, 2010) waarbij men problemen anders en vooral vanaf meerdere kanten benadert. Ieder probleem kan context onafhankelijk worden aangepakt met design thinking; het gaat namelijk om het proces naar een uitkomst toe.

Lockwood (2010) beschrijft design thinking als een innovatieproces dat in essentie mensgericht is en de nadruk legt op observaties, samenwerking, snel leren, visualiseren van ideeën, ideeën omzetten. Tevens toewerken naar prototypes die geanalyseerd worden waarbij de bevindingen direct invloed hebben op het innovatieproces en strategie. Bovenstaande stappen zorgen ervoor dat er een brug geslagen kan worden tussen rationeel en analyserend denken en creatief-intuïtief en out-of-the-box denken aldus Roscam Abbing (2010). Hij zet de eigenschappen van business, design en creative thinking als uitersten tegenover elkaar zonder nuance. Business thinking heeft als belangrijkste eigenschappen: analytisch, rationele aanpak en het vermijden van moeilijke problemen.

Bij creatief denken draait het om de emotionele en intuïtieve aanpak met een holistische focus op een onderwerp. De methode die zich daartussen begeeft is design thinking waarbij er geschakeld wordt tussen rationeel, gestructureerd, emotioneel en intuïtief denken. Het is een balans en samenspel tussen analytisch meesterschap en intuïtieve originaliteit (Martin, 2006).

De design thinking methode is vooral bekend vanwege zijn bewezen waarde bij het ontwerpen van vernieuwende transformerende oplossingen voor bestaande problemen (Brown, 2008; Lockwood, 2010). Het doel van design thinking is dat gebruikers, ontwerpers en het werkveld betrekken bij een integratief ontwerpproces, dat ten goede komt aan een product, service of bedrijfsstructuur waarbij de mens centraal staat.

Het design thinking proces
Om dit doel te bereiken heeft het ontwerpproces vijf ontwerpstappen (Brown, 2008).

  1. De eerste stap is het ontwikkelen van een duidelijk beeld van de gebruiker, dit gebeurt op een empathische manier waardoor er vaak verrassende nieuwe informatie wordt verkregen (Lockwood, 2010).
  2. De tweede stap is de uitkomsten vanuit stap 1 definiëren in duidelijke en concrete focuspunten.
  3. De derde stap is genereren van ideeën. Hierbij is ruimte om individueel divergent te kunnen denken van groot belang. Daarna worden in teamverband de beste ideeën geprioriteerd.
  4. De vierde stap is het uitwerken. De uitwerkingen zijn gericht op de focuspunten en samenwerking. Het betrekken van de gebruiker in het ontwerpproces draagt bij aan het multidisciplinair werken. Alleen door dit soort samenwerkingen kan er een innovatie ontstaan (Lockwood, 2010). Dit principe kenmerkt zich door hands-on (direct starten) werk waarbij experimenteren/prototypen en snel schakelen centraal staat.
  5. Het laatste principe is het implementatiemoment. Hierbij denkt men na over de weg naar lancering waarbij de voorkeur is om eerst kleine test te doen.

De bovengenoemde stappen verlopen bij voorkeur niet lineair, de verschillende stappen hebben gerelateerde activiteiten (analyseren, ideeën genereren, prototypen, evaluatie, aanpassen) welke samen het innovatieproces vormen. De stappen schuiven heen en weer tussen de verschillende principes (iteratief).

Onderwijsvormvernieuwing
Voordat docenten een keuze maken vanuit welke perspectieven zij onderwijs gaan vernieuwen is het belangrijk om helder te hebben ‘wat’ de vernieuwing moet opleveren. In de verschillende adviesrapporten die recent zijn verschenen wordt geschreven over het ontwerpen van nieuwe vormen van onderwijs (Dochy, 2015; Kan et al., 2015; Schnabel et al., 2015).

Het SAMR model (Rubens, 2013) beschrijft vier niveaus van vernieuwing waarbij de niveaus substitution en augmention gaan over het versterken van de bestaande didactische aanpak. De bovenste niveaus gaan over modification en redefinition waarbij de bestaande didactiek wordt getransformeerd waardoor er nieuwe onderwijsvormen ontstaan die eerder niet mogelijk waren (Richard, 2012), de zogenaamde onderwijsvormvernieuwing.

Onderwijsopvatting
Opvattingen zijn persoonlijke ideeën of overtuigingen. In dit onderzoek is deze opvatting gericht op leren en onderwijzen (Donche, 20015). De opvattingen die een docent heeft, kunnen evolueren door ervaringen in specifieke contexten waarin de docent wordt geconfronteerd met andere dan zijn persoonlijke opvattingen. De onderwijsopvatting van een docent beïnvloedt enerzijds de wijze waarop hij de gebeurtenissen in de onderwijscontext waarneemt en beïnvloedt (Donche, 2005; Kember & Kwan, 2000; Prosser & Trigwell, 1997) en anderzijds de wijze waarop hij zijn onderwijs ontwerpt.

Om de onderwijsopvatting te veranderen is het noodzakelijk om toegang te krijgen tot de onbewuste opvattingen. Deze opvattingen kunnen worden aangepakt als ze geëxternaliseerd, gedeeld en gereflecteerd worden vanuit een dialoog met anderen. Vervolgens kunnen de opvattingen worden geherstructureerd en geïnternaliseerd wat kan leiden tot een verandering (Patrick & Pintrich, 2001).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *