Ontwerpperspectieven in relatie tot Design Thinking

Veranderingen
Door de maatschappelijke veranderingen is ook de rol van onderwijsinstellingen aan het veranderen (Schnabel et al. 2015). Docenten van hogescholen zijn zich steeds meer bewust van het feit dat zij studenten moeten toerusten met vaardigheden die gericht zijn op zelfregulatie in relatie tot een leven lang leren (Kan et al. 2015). Die uitkomst van een leerproces vraagt om nieuwe vormen van onderwijs (Dochy, 2015; Schnabel et al. 2015).

Een constructivistische benadering van onderwijs waarbij men leren ziet als iets dat verder gaat dan alleen het verwerken van informatie sluit hier goed bij aan. Hierbij wordt de nadruk gelegd op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden in een authentieke context (De Kock, Sleeger & Voeten, 2004). Deze authentieke context in het kader van een leven lang leren zal in het onderwijs op een vernieuwende manier vormgegeven moeten worden.

Perspectieven bij curriculumontwikkeling
Het vormgeven van onderwijs wat gericht is op zelfregulatie en een leven lang leren middels een constructivistische aanpak vindt plaats in het curriculum van een opleiding. Een curriculum bestaat uit allerlei verschillende onderdelen (lessen, lesarrangementen, leerlijnen) die afhankelijk en onafhankelijk van elkaar ontworpen worden. De verschillen in de onderdelen zitten vaak in de omvang en doorlooptijd. Belangrijke componenten als leerdoelen, leerinhoud, leeractiviteiten, docentrollen, bronnen en materialen, groeperingsvormen, leeromgeving, tijd en toetsing (van den Akker, 2003) dienen daarbij op elkaar afgestemd te worden in het ontwerp. Om de afstemming van de verschillende onderdelen te kunnen maken zijn constante verbeteringen een must. Vanuit een cyclisch proces is een kader ontwikkeld dat inzicht geeft in de kernmerken van de ontwerptaken waarmee een docent te maken kan krijgen (Nieveen et al. 2013). Daarbij wordt uitgegaan van drie perspectieven op curriculumontwikkeling (cf. Goodlad, 1994; Marsh, Day, Hannay & McCutcheon, 1990), namelijk:

  • Inhoudelijk perspectief: wat wordt ontwikkeld?
  • Technisch-professioneel perspectief: hoe wordt ontwikkeld?
  • Sociaal-politiek perspectief: wie zijn betrokken en in welke rolverhouding?

Vanuit deze perspectieven op curriculumontwikkeling zijn twee uiteenlopende vormen van onderwijsontwerp te definiëren. De traditionele benadering ofwel transmissive benadering staat hier tegenover de design thinking benadering ofwel constructivistische benadering (Swinkels et al., 2013). De transmissive benadering wordt omschreven als content en resultaatgericht met een docent gedefinieerd curriculum en kennisverwerving door middel van overdracht. Bij de constructivistische benadering schrijft men over kennisverwerving door actieve constructie door de student waarbij de docent het leerproces faciliteert en de student uitdaagt tot het meebepalen van de leerdoelen (Trigwell & Prosser, 1996).

Transmissive onderwijsontwerpen
Van het eerste perspectief op curriculumontwikkeling is een ontwerpkenmerk het ontwerpen van een les gebaseerd op een kenniscomponent waarbij weinig aandacht is voor differentiatie. Daarnaast selecteert men vooral bestaande materialen en ontwerpt een docent vooral vanuit zijn eigen perspectief. De ontwerprichtlijnen zijn vooraf gegeven en de docent evalueert vooral informeel. Het ontwerp wordt individueel gemaakt waarbij geen afstemming is met collega’s en/of externen. Ook de studenten leveren geen bijdrage aan het ontwerp (Nieveen et al. 2013). Deze aanpak is niet per definitie slecht maar is minder toekomstgericht. In relatie tot de veranderende maatschappij en het veranderende doel van het hoger onderwijs is het een aanpak die versterkt kan worden met andere invloeden zoals design thinking.

Constructivistische onderwijsontwerpen
Het tweede perspectief heeft inhoudelijk de volgende ontwerpkenmerken men ontwerpt een lessenserie of leerlijn waarin integratie plaatsvindt van verschillende kenniscomponenten. In het ontwerp wordt rekening gehouden met differentiatie in de uitvoering zodat de lerende en zijn leerproces centraal staat. Er worden vooral nieuwe en aanvullende materialen ontwikkeld vanuit een to-the-point analyse van de huidige situatie waarbij de gebruiker centraal staat. De ontwerprichtlijnen worden verder aangescherpt tijdens een cyclisch iteratief ontwerpproces. De evaluatie (formatief, summatief, ipsatief) van het ontwerp vindt op verschillende manieren plaats waar meerdere partijen bij betrokken zijn. Het ontwerp wordt gemaakt in een multidisciplinaire groep waar ook studenten en het werkveld in participeren (Nieveen et al., 2013).

designthinking_illustration_final2-02

De gemeenschappelijke deler
In deze alinea worden de verbanden tussen de constructivistische opvatting omtrent leren en de design thinking methode beschreven. De grootste overeenkomst zit in het ‘gebruiker centraal’ principe dat beide benaderingen bezit. Daarnaast is het ‘sociale’ aspect van samen leren en ontwerpen een belangrijk element dat ervoor zorgt dat men vanuit verschillende perspectieven leert of ontwerpt waardoor de kans groter is dat men een hoger abstractieniveau bereikt. Tevens wordt er bij beide benaderingen van een cyclisch/iteratief proces uitgegaan (Guile & Young, 2003; Patrick & Pintrich, 2001; Van Oers, 1998b; Lockwood, 2010).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *